Hier schrijft Jerphaas Donner wat hij leert, ziet en vindt op zoek naar nieuwe inzichten over netwerken. Soms heeft hij ook last van een mening die hij dan graag met anderen deelt.

6 maart 2018

De netwerkambtenaar (M/V) zit niet op zijn handen

In de netwerksamenleving verandert de manier waarop we ons organiseren. Het vroegere maatschappelijk middenveld van stichtingen en verenigingen wordt vervangen door netwerken die samenwerken op thema's en vaak korte termijn doelen. Gedistribueerde netwerken, verbonden eenheden zonder centrale organisatie, vervangen georganiseerde netwerken, verbonden door de bekende spin in het web. Als je als gemeente vooral met maatschappelijke en belangenorganisaties om de tafel zit mis je veel van wat er in de samenleving gebeurt. Dat is jammer want die energie van veelal lokale initiatieven, kan worden ingezet om het beleid van de gemeente aan te passen, te ondersteunen of zelfs te versterken. Mits je daar natuurlijk wel de juiste aanpak voor hebt: De gedistribueerde netwerkstrategie.

Het belang van de contactambtenaar

Het ontwerpen van een communicatiestrategie gericht op gedistribueerde netwerken begint met het vinden van die netwerken. Een gedistribueerd netwerk bestaat uit initiatieven die geen koepel hebben maar los van elkaar een gelijksoortig doel nastreven. Daarbij is vaak wel sprake van onderlinge contacten. Veel gemeenten kennen contactambtenaren die actief zijn in de kernen en wijken. Zij vormen belangrijke informanten over bestaande netwerken. Helaas vergeten ze vaak deze netwerken zichtbaar te maken voor anderen binnen het gemeentehuis. Maar daarover later meer.  

Vijf stappen

Afbeelding 1: De 5 Stappen in de gedistribueerde netwerkstrategie

Als de gemeente een beleidsdoel heeft geformuleerd is de eerste neiging is om zoveel mogelijk te zenden om burgers, ondernemers en belanghebbenden te informeren over de te nemen maatregelen om het doel te bereiken. In een strategie gericht op gedistribueerde netwerken draai je het om. Je kijkt in hoeverre en in welke netwerken de doelen leven en gaat kijken hoe je ze samen met hen kan bereiken. Daarbij zijn vijf stappen van belang:

  1. Volg: Onderzoek welke partijen en of netwerken je doelstelling delen
  2. Vorm onderdeel van: Zoek contact met die partijen en probeer onderdeel te vormen van hun netwerk
  3. Verbind: Verbind je met de netwerken door contacten te onderhouden en interesse te tonen
  4. Voed: Kijk waar behoefte aan is en hoe je een rol kan spelen in de vervulling van die behoeften
  5. Hou vast: Onderhoud de contacten en blijf waarde toevoegen aan het netwerk


1. Ga op zoek naar en volg netwerken die zich hebben gevormd rond de door jou geformuleerde doelen en missie

Als je je vanuit de gemeente inzet voor duurzaamheid ga dan op zoek naar netwerken van burgers, organisaties, bedrijven, verenigingen en consumenten die zich ook met dit thema verbonden voelen. Dat doe je door het afstruinen van internet, het bezoeken van bijeenkomsten en het voortdurend openstaan voor signalen vanuit de samenleving.

Voorbeelden:

  • Afspraken en kennismakingsgesprekken van ambtenaren in de gemeente
  • Kennismaking met nieuwe initiatieven
  • Avonden georganiseerd door andere partijen
2. Vorm onderdeel van de netwerken die het meest relevant zijn voor je missie

De missie waar je voor werkt is bijvoorbeeld: Een energieneutrale gemeente. In dat geval is het zaak om onderdeel te vormen van de netwerken die zich met energiebesparing en -duurzame opwekking bezighouden. Dat doe je eerst door relaties op te bouwen, de spelers binnen de netwerken te leren kennen en je goed te informeren over wat er in het netwerk om gaat. Welke thema’s spelen er? Wat zijn de belangrijkste discussies en thema's? Waar ervaren deelnemers aan het netwerk knelpunten? Wat hebben andere organisaties het netwerk te bieden?

Het werkwoord netwerken wordt wel gedefinieerd als: “het leggen van contacten waar je je voordeel mee kunt doen.” Het doet denken aan recepties waar mensen die met je praten voortdurend om zich heen kijken of er een nog interessanter persoon dan jij in de ruimte aanwezig is. Dat is dus niet genoeg. De contacten die je maakt en de relaties die je legt moeten ook nog betekenis krijgen. Die betekenis geef je door iets te bieden waar binnen de netwerken behoefte aan is.

Voorbeeld: De contacten van de netwerk- en contactambtenaren

3. Verbind je met de bestaande netwerken door bij te dragen aan de waarden die het netwerk verbinden

Een netwerk van ondernemers die geïnteresseerd zijn in opwekking van duurzame energie zal mogelijk behoefte hebben aan kennis delen over nieuwe inzichten en mogelijkheden waar zij hun bedrijf mee kunnen versterken. Je kunt helpen bij het organiseren van bijeenkomsten, bijdragen leveren aan hun informatieplatform of, bij afwezigheid, zo’n platform creëren. Stel je daarbij dienstbaar en bescheiden op. Er zijn ook andere spelers in het netwerk, met al langer bestaande relaties, die die rol ambiëren of al hebben. Door je in te vechten in een bestaand netwerk maak je meestal geen vrienden en creëert geen verbindingen en dat is nu juist wel de bedoeling.

Tot nu toe ben je vooral aan het investeren. Je bouwt relaties op, verwerft jezelf een positie en creëert een rol binnen het netwerk die de deelnemers waarderen. Heb je die positie éénmaal verworven dan kun je het netwerk voeden.

Voorbeelden:

  • Meedoen met het organiseren van een bijeenkomst
  • Posten op webpagina's
  • Informatie opnemen op de eigen pagina

4. Voed het netwerk

Als je en een vertrouwensband hebt opgebouwd met energie-initiatieven zullen anderen daar gebruik van willen maken. Bijvoorbeeld een energiebedrijf dat via jou de samenwerking zoekt, een provincie die graag met de coöperaties om de tafel wil of een producent van zonnecollectoren die een interessant aanbod heeft. Je wordt een ‘linking pin’ van het netwerk naar buiten. Maar ook binnen het netwerk zal steeds vaker een beroep op je worden gedaan. Je kunt gebruik maken van die positie zolang je bij al je acties de waarde van je bijdrage voor de netwerkleden en het versterken van de relaties in je achterhoofd houdt.

Waarde kun je binnen een netwerk creëren door samen te werken. Veel organisaties onderschatten het belang van echte samenwerking. Zij komen met pasklare antwoorden, modellen en handboeken die de deelnemers tot uitvoerders maken in plaats van gelijkwaardige samenwerkingspartners. Het is voor deelnemers heel belangrijk om een ‘eigen invulling' te kunnen geven aan een product of proces. Instrumenten kunnen daarbij een handige aanvulling zijn maar alleen als er nadrukkelijk om gevraagd wordt.

Het niet voortdurend terugvallen op blauwdrukken en pasklare antwoorden vereist wendbaarheid van de organisatie die niet ten koste mag gaan van de betrouwbaarheid en de relaties binnen de netwerken.

Voorbeelden:

  • Startsubsidie energie initiatieven
  • (mee)organiseren van avonden
  • Bezoeken van ambtenaren aan lokale initiatieven
  • Meedenken met lokale initiatieven 

5. Houd je positie vast

Verandering is een basiseigenschap van gedistribueerde netwerken. Deelnemers sluiten aan en verdwijnen, nieuwe spelers dienen zich aan, subnetwerken komen op en splitsen zich af. In deze dynamiek is je positie nooit zeker en dat vraagt een sterk aanpassingsvermogen. Daarbij is het wel belangrijk dat die aanpassingen niet ten koste gaan van je betrouwbaarheid en je relaties binnen het netwerk. Als verbinder in een netwerk van energie initiatieven wordt je voortdurend uitgedaagd door relaties die hun strategie veranderen. Er zijn ook partners die zich sterk profileren in samenwerkingsprojecten. Initiatieven die je missie bedreigen die vragen om snelle acties die je mogelijk negatief in het nieuws zullen brengen. In deze situaties strijdt de missie regelmatig met het behoud van de relaties binnen het netwerk. Het is dan belangrijk om te weten wie je essentiële partners zijn, welk netwerk jouw missie het beste dient en welke waarde je voor dat netwerk kunt vertegenwoordigen. Hier geldt: Doe het niet alleen! Zoek met partners en deelnemers in het netwerk naar een gezamenlijke strategie en probeer die ook gezamenlijk uit te dragen.

Het lukt je om je rol binnen de netwerken op een flexibele en toch betrouwbare manier te vervullen. De valkuil is dat je bescheidenheid en dienstbare opstelling je tot een onzichtbare kracht maken binnen het netwerk. De kurk waar bijna alles op drijft maar die zich grotendeels onder water bevindt. Anderen gaan er ondertussen met de impact van je inspanningen vandoor door zich voortdurend te profileren en gebruik te maken van successen die je samen hebt bereikt.

Voorbeelden:

  • Het onderhouden van een informatiewebsite

  • Het blijven (mee)organiseren van avonden en bijeenkomsten

  • Het stimuleren, bezoeken en verbinden van nieuwe initiatievenpagina

  • Het samen met initiatieven acties ondernemen

Tot slot: Profileer jezelf als onderdeel van de netwerken

Je organisatie heeft in een aantal relevante netwerken een goede positie opgebouwd en je wil dat graag zichtbaar maken. Profilering in samenwerkingsverbanden is altijd lastig. Organisaties als EU hebben daar forse handleidingen voor. Een paar tips voor een goede profilering die je positie binnen de netwerken niet zal schaden.

a. Zichtbaarheid

Door in algemene zin zichtbaar te zijn voor die netwerken waarbinnen je samenwerkt of waarmee je graag wil samenwerken vergroot je de herkenning. Zorg dat overal waar je je gezicht laat zien je beeldmerk ergens te zien is, hoe klein ook. Je kunt de zichtbaarheid ‘lading’ geven met goede verhalen die steeds op een andere manier vertellen waar je organisatie voor staat. Zoek drie aansprekende begrippen waar de verhalen omheen gebouwd zijn. Laat die verhalen vertellen door mensen uit je netwerken en/of een zeer betrouwbare woordvoerder(M/V). In het digitale tijdperk is communicatie vooral persoonlijk, peer to peer. Een menselijk gezicht heeft veel meer impact dan een formele organisatie. Een verhaal is sterker dan een formele tekst en netwerken worden mede gevormd door gedeelde verhalen.

Laat ook zien tot welke netwerken je toegang hebt, bijvoorbeeld door in social media te berichten over bijeenkomsten en samenwerkingsprojecten. Publiceer regelmatig filmpjes of artikelen waarin je missie en verbindingen ter sprake komen. Branding gaat daarbij boven het ‘verkopen’ van je boodschap.

b. Bereikbaarheid

Het hangt natuurlijk een beetje af van de geografische omvang van je werkgebied en de actieve uren van de deelnemers in de netwerken waarbinnen je opereert maar het is van belang on zoveel mogelijk ‘aan te staan’. Daarbij is het handig als belangstellenden je op alle mogelijke manieren kunnen bereiken, website, telefoon, social media, what’s app, persoonlijk, noem maar op. Zorg dat je aansluit bij hun agenda en dat ze niet op de jouwe hoeven af te stemmen en bied ze de gelegenheid om feeds te ontvangen voor gebeurtenissen die, en nieuws dat, voor hen belangrijk is. Snel en simpel is het adagium. Het gaat er niet zozeer om dat lange verhalen niet meer mogen maar introduceer ze met een kort statement dat prikkelt tot verder klikken. De gebruiker van de informatie heeft dan zelf de keuze of ze een kort of wat langer verhaal willen lezen of bekijken.

c. Betrouwbaarheid

Vertrouwen is het cement van de netwerken. Aandacht voor je betrouwbaarheid als organisatie en als medewerker is essentieel. Dat geldt voor afspraken, maar ook voor de informatie die je binnen brengt en de mensen die je met elkaar verbindt. Als je iemand introduceert die weinig waarde toevoegt voor de ander straalt dat op jou en je organisatie af. Je betrouwbaarheid wordt groter als het lukt om problemen op te lossen waar mensen mee worstelen. Dat kan een informatiebehoefte zijn die je vervult, een dienst, een connectie of een concreet product.

d. Duidelijkheid

In je communicatie ben je onderdeel van een oneindige informatiestroom waarin de ontvanger van je informatie in een fractie besluit om al dan niet verder te scrollen of te klikken. In de fractie die je tot je beschikking hebt moet je dus duidelijk maken waarom jij waarde voor hem of haar kunt toevoegen. Dat doe je door die waarde kort te benoemen en daarbij de ander ook het gevoel te geven dat die waarde ook echt iets voorstelt. Het beeld staat synoniem voor de eerste indruk. Heb je het over werken in landschapsonderhoud, laat dan mensen zien die enthousiast een boom omhakken, bij energie coöperaties iemand die trots zijn zonnepanelen toont, bij voedsel frisse groenten bijvoorbeeld. Het vraagt erom dat je goed weet voor wie de boodschap interessant kan zijn en wat het ‘visuele haakje’ is, waar ze op aanslaan en dat je verhaal goed vertegenwoordigd.

e. Transparantie

Opbouw van een vertrouwensrelatie kost veel tijd en je kunt het in enkele seconden weer kwijtraken. Openheid is daarom heel belangrijk. Netwerken verwerken informatie erg snel. Dubbele agenda’s, verborgen coalities en geheime deals liggen voor je het weet op straat. Openheid over doelen en bedoelingen is daarom de beste strategie in het opbouwen en handhaven van een vertrouwensrelatie. Het kost soms al genoeg moeite om ‘fake news’ en misverstanden te weerleggen of te voorkomen.

7. Conclusie

Een netwerkstrategie betekent veel voor je communicatiestrategie. Je kijkt niet meer naar wat anderen voor je organisatie kunnen betekenen, je primaire vraag wordt: “Wat kunnen wij voor waarde leveren aan, deelnemers aan, het netwerk.”. Vanuit die basis bouw je aan een strategie gebaseerd op onderzoek, luisteren, verbinden, bijdrage leveren en onderhouden. Dat hoeft niet ten koste te gaan van je corporate image als je aandacht hebt voor je zichtbaarheid, bereikbaarheid en betrouwbaarheid en daarbij duidelijk en transparant bent in je bedoelingen.

7 december 2017

Gaat kunstmatige intelligentie verkiezingsuitslag bepalen?

Stel, je bent politicus en doet mee aan de landelijke verkiezingen van 2021. Je kunt campagne voeren via de traditionele kanalen, flyeren, radio, tv en sociale media. Op de traditionele manier. Je hebt bepaalde ideeën en brengt ze onder het voetlicht van je (potentiële) kiezers. Je campagne loopt gesmeerd en je bent een graag geziene gast in talkshows en op bijeenkomsten. En toch blijven de resultaten uit.

In 2021 zijn het namelijk niet meer je ideeën of je performance die de uitslag bepalen. Het zijn de algoritmes, de bots en de trollen die een winnaar of winnares maken of breken. De politicus die erin slaagt om de kiezer via smartphone of computerscherm het best te bewerken is spekkoper. Dat doe je via de juiste algoritmes. Door je publiek te kennen kun je ze de boodschap geven die ze het liefst willen horen. En zo kun je tegelijkertijd het middenklassegezin verhoging van de kinderbijslag, de oudere een goede oudedagsvoorziening en de jongere een hoger minimumloon voorspiegelen. Je stuurt de boodschap die de ontvanger wil horen. Debatten vermijd je en publieke optredens hou je beperkt.

Word je daarnaast gesteund door trollen, waar ter wereld ze zich ook mogen bevinden, die voortdurend negatieve halve waarheden over je tegenstanders naar diezelfde kiezers sturen dan kun je je gaan opmaken voor de winst.

Dit is gezien de ontwikkelingen rond het Brexit referendum en de presidentsverkiezingen in de VS helemaal geen onvoorstelbaar scenario. Kunstmatige intelligentie rukt op, ook in het domein van de democratie. Gevolg is dat de politicus met de beschikking over de beste algoritmen de verkiezingen wint. In de meeste gevallen is dat ook diegene met het meeste geld, op voorwaarde dat hij het slim besteedt. Het is vervolgens nog maar een kleine stap om de politicus zelf te vervangen door een intelligent programma dat op basis van enkele algemene principes van de politicus gerichte en gepersonaliseerde boodschappen stuurt naar een grote massa kiezers.

Verschillende schrijvers hebben na ervaringen met de tv democratie uit de laatste 25 jaar van de 20e eeuw en de twitterdemocratie uit de eerste 15 jaar van de deze eeuw, de moed wat betreft eerlijke verkiezingen al opgegeven. Guerrero, Van Reybrouck en Henning pleiten voor loting als democratisch selectie instrument. Geen verkiezingen, geen beloftes, geen partijen of coalities, maar een groep gelote burgers die gezamenlijk bepalen wat er moet gebeuren en die na enige tijd weer vervangen worden door een nieuwe groep. Als we niet willen dat de uitslag van verkiezingen wordt bepaald door het slimste softwareprogramma kan het nog wel eens zo zijn dat we het instrument loting eerder nodig hebben dan we nu denken. Hieronder een video waarin Brett Henning pleit voor loten.







9 november 2017

Blockchain heeft ingebouwd vertrouwen maar hoe vertrouw je blockchain?

Weer een mythe die werd doorgeprikt tijdens de Deep Dive over juridische kwesties en blockchain georganiseerd door de Nederlandse Blockchaingers bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) woensdag 1 november 2017: Het idee dat blockchain ons allemaal zou bevrijden van tussenpersonen, zoals accountants, makelaars, notarissen en juristen. Maar smart contracts zijn niet alleen zo slim als het lijkt. Een smart contract is niets meer of minder dan een softwareprogramma dat een toekomstige transactie regelt. Het zegt in feite: "ALS ... DAN ...". Een smart contract bevat altijd een waardetransactie, vaak tussen meerdere gebruikers. Er zijn altijd verschillende juridische aspecten verbonden aan transacties. Ze kunnen zich op het gebied van publiek, privaat, strafrecht of een ander juridisch domein bevinden.

Juristen zijn niet in staat om naar de technische kant van het smart contract te kijken, maar richten zich op de functies die door de programmeurs worden gepresenteerd. Dit is niet altijd gemakkelijk, zegt Ronald Kogens van het Zwitserse advocatenkantoor Froriep, gevestigd in het kanton Zug, een hotspot voor crypto-valuta die zichzelf adverteert als 'cryptovallei'. Nieuwe crypto-valuta, Initial Token Offerings of Initial Coin Offerings (ITO's of ICO's) hebben een zogenaamd witboek waarin de programmeurs het doel van hun token vaag beschrijven. In Kogens ervaring vertegenwoordigen deze white papers niet altijd het exacte doel van een token. Het is altijd een strijd tussen de programmeurs en de advocaat om uit te zoeken waar het token echt over gaat. De attitudes verschillen. De programmeur zegt: "Ja, we willen zoveel mogelijk doen en de functies open houden!" En de jurist zegt: "Nee, dat kun je niet, je hebt een duidelijke beschrijving nodig van de token-kenmerken in het witboek, want dat is relevant voor de juridische kwalificatie ". Herman Balsters van de Rijksuniversiteit Groningen ontwikkelde zelfs een speciale taal, Object Logic English (OLE), die door juristen kan worden gelezen en kan worden gebruikt voor het programmeren van smart contracts. Als jurist en programmeur het eens zijn over de kenmerken van een token, bood Ronald Kogers een kader met hun juridische aspecten. Elk doel heeft verschillende juridische gevolgen, bijvoorbeeld als het digitale valuta betreft kan de uitgever van het token als een financiële instelling worden beschouwd, inclusief alle wettelijke verplichtingen.





Tabel gepubliceerd met de vriendelijke toestemming van Ronald Kogens van Froriep

Meer juridische problemen met blockchain-applicaties worden momenteel besproken binnen de community. Er is veel te doen over digitale identiteit. Hoe kunnen we een digitale identiteit ontwikkelen en goedkeuren die betrouwbaar genoeg en juridisch bindend is. En hoe zit het met de identiteit van de 'dingen' in het internet of things. Als een autonome, 'self owned' auto een sjoemelt met het laden van elektriciteit is, wie is dan de schuldige?

Derde vraag: "Hoe weten de gebruikers en financiers of een blockchain veilig is en biedt wat het belooft te doen?". Hoe bekwaam was de programmeur? Was er juridisch advies bij betrokken? Wie heeft de schuld als de zaken niet de verwachte resultaten halen? Dit is de kwestie van kwaliteitscontrole en certificering. ISO.org werkt aan certificaten onder de nummers ISO / AWI 22739 en ISO / TC 307, maar ik weet niet zeker of ze het bovengenoemde probleem behandelen.

Vierde valkuil is de bescherming van gegevens. In 2016 is de maximale boete voor overtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens verhoogd naar EUR 900.000 in zowel de Straf bepalings beleid van de DPA als de Nederlandse Telecommunicatiewet. Als je  smart contract betrekking heeft op de opslag van persoonlijke gegevens, is dit een risico waarmee rekening moet worden gehouden.

Het lijkt erop dat we geen slimme contracten kunnen ontwikkelen zonder juridisch advies. Een veilig slim contract wordt ontwikkeld in een multidisciplinair team met een programmeur en een advocaat. En voor gebruikers en beleggers kan het nuttig zijn om een ​​bepaald kwaliteitsbewijs in de vorm van een certificaat te hebben.

De autoriteiten proberen de ontwikkelingen bij te houden, maar de Nederlandse AFM ontvangt elke dag verschillende voorstellen voor blockchain-toepassingen en het is moeilijk om de exponentiële groei van initiatieven bij te houden. Autoriteiten zijn altijd twee stappen achter op technologische innovaties. Dat is waarom zij de voorkeur geven aan het ontwikkelen van standaarden in samenwerking met het blockchain-ecosysteem. AFM introduceerde zelfs in juni 2017 een 'zandbak' waar ze kunnen spelen samen met nieuwe blockchain-initiatieven.

Veel blockchain-applicaties werken zonder grenzen of zelfs op wereldschaal. Landen en grenzen zijn niet compatibel met de internetgemeenschap. Dus de beste oplossing zou certificering en wetten zijn die tellen voor de hele planeet. We zijn nog steeds ver weg van dat systeem. In de tussentijd hebben we te maken met lokale wet- en regelgeving. Zwitserland is toonaangevend op dit gebied en zal waarschijnlijk normen ontwikkelen die een voorbeeld voor de rest van de wereld kunnen zijn. Laten we Nederland als tweede maken :-)

Deze blog is mijn impressie van de Legal Deep Dive georganiseerd door de Nederlandse AFM door Blockchaingers. Onderdeel van een reeks evenementen om meer informatie uit te wisselen over verschillende aspecten van blockchain.

Verder lezen:


13 juni 2017

“Blockchainorganiseren”, de Nederlandse Tapscott en Tapscott

Nadat in 2016 bij Penguin “The Blockchain Revolution” van de gebroeders Tapscott verscheen heeft Nederland sinds een maand een eigen blockchainbijbel. Organisatiekundige Paul Bessems en ICTer Walter Bril hebben zich gewaagd aan een boek waarin alles over blockchain(organiseren) staat wat je je altijd al had afgevraagd maar nooit had begrepen. Het is de moeite waard om hun uitgebreide (600 pagina's, zonder bijlagen of index!) uiteenzettingen over internet, blockchainorganiseren, weconomics en de bullshiteconomie tot je te nemen. Daarna snap je wellicht iets meer van het fenomeen dat volgens velen onze manier van samenwerken voorgoed zal veranderen. 

“Blockchainorganiseren” is niet alleen een uitleg. Het bevat ook een waarschuwing. De auteurs worden gedreven door idealisme en zijn vastbesloten om er voor te zorgen dat de blockchaintechnologie niet in handen valt van bestaande instituties als banken, verzekeraars, juristen en andere 'middlemen' die de transactiekosten in de huidige maatschappij zo hoog op hebben laten lopen dat  onze productiviteit zich onder het niveau van de jaren 50 van de vorige eeuw bevindt. 

Productiviteitsgroei in OESO landen, Bron: Groningen Growth and Development Center

Productiviteitsgroei in OESO landen, Bron: Groningen Growth and Development Center

Onze huidige manier van samenwerken is gebaseerd op wantrouwen. Om te voorkomen dat we bij een transactie een oor worden aangenaaid worden contracten gemaakt en derde partijen ingehuurd. Dat is zo uit de hand gelopen dat we bij het bouwen van een brug meer juristen nodig hebben dan ingenieurs. Als we pinnen zijn minstens zes partijen betrokken bij de transactie van jouw pinactie tot de uiteindelijke bijschrijving op de rekening van de ontvanger. Die partijen moeten allemaal betaald worden. Blockchain is ontworpen om die transactiekosten te minimaliseren. Maar, zo is de stelling van Bessems en Bril, dat werkt alleen als we ons ook anders gaan organiseren: Blockchainorganiseren.

Tweede kans                                                                                                                

Zij zien blockchain als een tweede kans omdat volgens hen de komst van internet weliswaar veel in beweging heeft gebracht maar onze manier van samenwerken niet wezenlijk veranderd heeft. Onze organisaties stammen in de basis nog steeds uit het industriële tijdperk en zijn erop ingericht om iets te maken. Dat is wat de meeste organisaties allang niet meer doen, die verschuiven vooral informatie.

Mijn teleurstelling bijTapscott en Tapscott was dat ze eerst een revolutie aankondigen en vervolgens in één van de laatste hoofdstukken laten zien dat er nog heel veel ontwikkeld moet worden voor de blockchainrevolutie daadwerkelijk doorzet. Blockchain Revolution is ook veel oppervlakkiger dan Blockchainorganiseren. In het laatste boek staan de problemen die we met blockchain kunnen oplossen voorop, met name de transactiekosten die het gevolg zijn van een gebrek aan vertrouwen. Vervolgens komt de vraag: “hoe kunnen we ons zodanig organiseren dat die transactiekosten zo laag mogelijk worden?”. En pas in de derde plaats komt de technologie, blockchain, die dat mogelijk maakt. Blockchain heeft het in zich om het vertrouwen te organiseren en daarmee de transactiekosten te minimaliseren.

Productiviteit

Door de verlaging van de transactiekosten kan de productiviteit weer stijgen. Dat had ook gekund met de komst van internet. Maar wat we gedaan hebben is de uren opvullen die we niet meer hoefden te werken. Dit vanuit het ideaal van de volledige werkgelegenheid. Het gevolg is dat we een hoop “Bullshitbanen” hebben, om met David Graeber te spreken. (p273 BO). Veel mensen doen werk dat eigenlijk niet nodig is, en niet bijdraagt aan de productiviteit. Vroeger noemden we dat verborgen werkloosheid.

In hoofdstuk 7, eigenlijk weer een boek op zich, worden de vijf principes van blockchainorganiseren uitvoerig beschreven. De netwerkorganisatie vormt daarbij het op dit moment finale stadium in de ontwikkeling van organisaties. Het gaat bij blockchain organiseren om:

Specialize, coordinate finalize

We specialiseren ons om meer te kunnen, maar moeten specialisten vervolgens coördineren om te bereiken wat we willen, finaliseren. Dat brengt frictiekosten met zich mee, door blockchainorganiseren kunnen we die kosten omlaag brengen en daarmee onze productiviteit verhogen.

 Programmable trust

Het wantrouwen waarop onze economie gebaseerd is lossen we nu op met contracten en 'middle men, tussenpersonen. Bij blockchainorganiseren wordt deze rol geautomatiseerd. Bessems en Bril geven aan dat vertrouwen nooit voor 100% via algoritmes kan worden geregeld, al is dat alleen al vanwege de aversie die bij mensen bestaat tegen algoritmes. Maar ook moet je softwareontwikkelaars kunnen vertrouwen die de algoritmes bouwen.

Structured flexibility

De schrijvers pleiten voor een sterke scheiding tussen het organiseren van mensen en middelen. Infrastructuur en hulpmiddelen zijn gemakkelijker aan te passen dan de sociale context en de mensen die daarin bewegen. Dat geldt ook als we willen opschalen. Hoe groter hoe minder flexibel. Vormen van blockchainorganiseren als communities en netwerkorganisaties bieden flexibele structuren die op grote schaal kunnen opereren en creëren een balans tussen schaalbaarheid en flexibiliteit: structured flexibility.

Apart together

Om de grote vragen van klimaatverandering, verminderde productiviteit en schuldencrisis op te lossen moeten we meer samenwerken. Bedrijven die blockchainorganiseren zijn volgens de schrijvers niet in concurrentie met andere bedrijven maar met de toekomst. We gaan de genoemde problemen apart together te lijf.

Back to basics

Bij blockchainorganiseren wordt uitgegaan van de kleinste eenheden, de deelnemers aan een netwerk, bedrijf of organisatie, Die onderdelen zijn verbonden en verbindingen kunnen uit of aan staan. Door de peer to peer principes van blockchain ook in organisaties toe te passen verminderen de coördinatiekosten.

In het boek worden de principes van blockchainorganiseren nog verder uitgewerkt in organisatie en samenwerkingsmodellen. Ook zijn er voorbeelden van toepassing in de samenleving waarbij ook nog de G1000 genoemd wordt.

Het is interessant om te zien hoe sterk het paradigma van organiseren aan het verschuiven is. Frederic Laloux komt vanuit zijn 'geschiedenis van het organiseren' uit op de cyane organisatie. Generaal Mc Chrystal vanuit de oorlog in Irak op teams of teams en Bessems en Bril vanuit de blockchain op blockchainorganiseren. Allemaal wijzen ze in de richting van netwerkorganisaties. 

Vincent Everts hield een interview met Paul Bessems over het boek Blockchainorganiseren 










30 mei 2017

Netwerkdemocratie kan worden versterkt door G1000, Blockchain en budgetmonitoring

De ontwikkeling van spinnetwerken naar gedistribueerde netwerken heeft ook effecten op onze democratie. Je ziet dat netwerken het tegenwoordig winnen van partijen. Een mooi voorbeeld is de razendsnelle opkomst van de Franse presidentskandidaat Macron. In april 2016 begon hij als onafhankelijke kandidaat een beweging ‘En marche’. Een beweging die deelnemers opriep om in hun stad of dorp hun eigen campagne te voeren. Macron heeft de kunst afgekeken van de Amerikaanse presidentskandidaat Bernie Sanders. Die was een outsider in de Democratische partij die in 2016 de gedoodverfde presidentskandidaat Hilary Clinton kon bedreigen. Onafhankelijke kandidaten maken in de netwerkdemocratie grote kans op succes als ze een strategie volgen die bij de netwerksamenleving past. Een strategie waarbij je je mogelijkheden kunt overstijgen door 'de beweging' voor je campagne te laten voeren. En het kan snel! Macron begon april 2016 en zat mei 2017 in het Elysee.

Macron maakt gebruik van netwerkcampagnes binnen het huidige politieke systeem. Er zijn ook bewegingen die zoeken naar andere systemen die meer bij de netwerksamenleving passen. In de VOECAT wereld staat het huidige democratische systeem onder druk van twee kanten. Enerzijds de nationalistisch populistische partijen die het establishment uitdagen anderzijds de kritische denkers die vragen stellen bij het systeem en de instituties van de democratie zoals het stemmen en het bestaan van politieke partijen.

Het kan geen kwaad om je af te vragen in hoeverre een systeem dat de laatste 150 jaar geen fundamentele veranderingen heeft gekend nog voldoende aansluit bij de VOECAT wereld. Hebben het parlement en de gemeenteraad  nog wel de snelheid en wendbaarheid die nodig zijn? In hoeverre zijn er nieuwe technieken beschikbaar die directere vormen van deelname aan besluitvorming mogelijk maken? Past het politieke leiderschap zoals we dat nu kennen nog of vraagt de tijd om ander soort leiderschap? Allemaal vragen die de huidige politieke instituties oproepen in het licht van een snel veranderende samenleving.

Je zou verwachten dat in de netwerksamenleving, met nieuwe technische mogelijkheden en methoden om gebruik te maken van de ‘wisdom of the crowd’, veelvuldig zou worden geëxperimenteerd met nieuwe vormen van participatie en democratie. Toch gebeurt dit nog (te) weinig. Tussen 1995 en 2015 was in de VS de organisatie ‘America speaks’ actief die met behulp van ‘large system interventions’ de deliberatieve democratie trachtte te stimuleren. Deliberatie staat voor het gesprek tussen belanghebbenden bij een besluit. America Speaks was geïnspireerd op de ideeën van James Fishkin en zijn boek “When the people speak”.  Helaas is de organisatie in 2015 ter ziele gegaan na een aantal indrukwekkende experimenten. David van Reijbrouck beschrijft in zijn boek “Tegen verkiezingen” enkele voorbeelden van democratische vernieuwing in Ierland, Ijsland  en Nederland. Graham Smith heeft nieuwe vormen van democratie wetenschappenlijk benaderd in zijn boek Democratic innovations. Van Reybrouck was zelf één van de bedenkers van de G1000 die in 2011 in België werd gehouden. Een project dat navolging heeft gevonden in Nederland. Verder zijn er hier en daar voorbeelden van gelote burgerraden, burgerbegrotingen en is Estland het verst met de ontwikkeling van de blockchain democratie. Maar de traditionele democratieën hebben hun systemen nog nauwelijks aangepast aan de mogelijkheden en eisen van de VOECAT wereld.  Die vraagt op z’n minst om een bezinning op de democratische instituties. Daarbij is het wel belangrijk om niet meteen het kind met het badwater weg te gooien. Door alle bestaande structuren af te wijzen verlies je de stabiliteit die we juist ook zo nodig hebben.

Naast de roep om vernieuwing van de democratie zie je een andere beweging: de keuze voor leiders met simpele oplossingen. De combinatie van een uiterst complexe wereld en de dominantie van (sociale) media maken de opkomst van de simplisten mogelijk. De kiezer heeft weinig zin in ingewikkelde verhalen, gebrek aan tijd om ze aan te horen en wil graag snel resultaat. Simpele oplossingen scoren dan hoog.  Het tij zal mogelijk keren als blijkt dat de simplistische oplossingen ook niet werken. Dat een muur migranten weliswaar tijdelijk tegen zal houden maar de economie niet vooruithelpt. Dat het wegzetten van bevolkingsgroepen problemen veroorzaakt in plaats van oplost. Dat het ontkennen van klimaatverandering er niet voor zorgt dat het probleem verdwijnt. Wil je de simplisten bestrijden dan zul je het systeem moeten aanpassen dat hen aan de macht heeft geholpen. Een democratisch stelsel dat in de laatste 150 jaar nauwelijks veranderd is terwijl de wereld daaromheen in niets meer vergelijkbaar is met 1848, het jaar waarin een nieuwe grondwet de basis legde voor onze parlementaire democratie.

Netwerkdemocratie

Bij een netwerksamenleving hoort een netwerkdemocratie. Daarin zijn de kernbegrippen, verbinding, autonomie, transparantie en directe invloed. Autonomie en verbinding vormen de basis van iedere netwerkstructuur. Die verbinding dient betekenisvol te zijn om op de lange termijn gehandhaafd te blijven. Transparantie is belangrijk om dat zonder openheid en duidelijkheid er geen sprake is van vertrouwen, het cement van de netwerksamenleving. Deelnemers aan het netwerk willen een weloverwogen besluit kunnen nemen over hun bijdrage aan het netwerk, wat ze aan hun deelname hebben en wanneer het tijd is om het netwerk los te laten. De band met het netwerk vraagt ook om zo direct mogelijke invloed op de ontwikkelingen binnen het netwerk en de eigen positie daarin. Indien er sprake is van afhankelijkheid gaat het binnen netwerken om een zelfgekozen afhankelijkheid op basis van vertrouwen dat het goed komt. Als je kijkt naar ons huidige democratische systeem zie je het volgende:

2,25 Procent, bijna 290.000, van de 12,9 miljoen kiesgerechtigden is lid van een politieke partij die vertegenwoordigd is in de Tweede kamer. Uit dat geringe percentage moeten zo’n 12.000 politieke functies worden ingevuld. Als alle partijleden zich voor een politieke functie beschikbaar stellen melden zich per functie gemiddeld 24 kandidaten. In werkelijkheid is maar een beperkt deel beschikbaar voor een functie en dat levert met name voor gemeenteraden inmiddels behoorlijke recruteringsproblemen op.  Zoals bij alle verenigingen, kerken en ledenorganisaties verbinden mensen zich ook steeds minder aan politieke partijen, niet als lid, maar nog minder voor politieke functies.

Zeker, stemmen is in Nederland privé en een democratisch recht. Maar zegt Van Reybrouck, als je je stem ééns in de vier jaar aan een partij of persoon geeft ben je hem ook voor vier jaar kwijt. Je levert met andere woorden je autonomie in voor de periode tussen de verkiezingen. De Amerikaan Jeffrey Green bevestigt dit in zijn boek “The Shadow of Unfairnesss”. Het volk raakt in zijn visie welbewust zijn stem kwijt na de verkiezingen en kan alleen maar klagen en roepen dat het niet goed gaat in de periode daarna. Door dit weggeven van je stem wordt op de vele thema’s die in de periode tussen de verkiezingen aan de orde komen de autonomie van de deelnemers aan de netwerksamenleving in het huidige systeem niet gehonoreerd.

Binnen dat systeem kunnen zelfs partijen die transparantie hoog in het vaandel hebben staan niet de openheid betrachten die daarbij hoort. Tijdens de coalitieonderhandelingen bijvoorbeeld, komt weken, soms maandenlang niets naar buiten over wat partijen bespreken. De kiezer staat volledig buitenspel ten behoeve van het proces. Politici zijn tegenwoordig zo gepokt en gemazeld in het bespelen van de media dat je er als kiezer zelden achter komt wat ze nu echt vinden, bedoelen of gaan doen. En je hebt er ook nog eens geen invloed op. Het politieke spel verdraagt eenvoudigweg geen transparantie want dan is er geen spel meer.

De overstelpende hoeveelheid keuzemogelijkheden waar we dagelijks mee geconfronteerd worden maakt ons keuzemoe. Anderzijds raken we gewend aan het hebben van directe invloed op wat we lezen, horen en zien. Die directe invloed ontbreekt in ons huidige politieke systeem. Er zijn wat pogingen gedaan tot de invoering van referenda maar men is zo geschrokken van de toon van het debat en de resultaten van de referenda dat het nog wel even zal duren voor de volgende wordt georganiseerd. Referenda versmallen complexe problemen tot een zwart-wit keuze. De simplisten spelen daarop in door een simpele, vaak karikaturale, versie van de werkelijkheid voor te schotelen waarmee het debat niet gaat over de complexe relatie tussen het Verenigd Koningkrijk en de EU maar over het tegenhouden van vluchtelingen of niet.  Zoals het geval was bij het Brexit referendum. Vervolgens zeggen politici die wel de complexiteit van het vraagstuk onderkennen dat burgers niet capabel zijn om goed over zo’n probleem te oordelen. Het gevolg is dat onze directe invloed op de politieke besluitvorming nog nauwelijks veranderd is ten opzichte van die van onze ouders en grootouders. Je zou haast zeggen dat zij via de zuilen, verenigingen, kerken, partijen en vakbonden, en het veel geringer aantal inwoners, meer invloed hadden dan wij.

Als het gaat om keuzemogelijkheden en directe invloed is er nog een probleem. De keuze voor een partij impliceert de keuze voor een programma. Eerder is al gezegd dat de informatiestroom gepersonaliseerd en gefragmenteerd is. Je leest niet meer een hele krant maar berichten, van programma’s kijk je fragmenten. Er zijn waarschijnlijk maar weinig mensen die het voor 100% eens zijn met het programma van één van de partijen. De meeste mensen zijn soms rechts, soms links en soms onverschillig. Toch vraagt het huidige systeem om een programma te kiezen, en wel voor de komende vier jaar. Dat past ook niet meer in de snelheid van de ontwikkelingen. De ‘exponentiele’ wereld vraagt om snelle wendbaarheid en niet om coalitieonderhandelingen die maanden in beslag nemen. Het lijkt er nu op dat de wereld zich moet voegen naar het democratisch systeem zoals dat is vastgelegd, terwijl je in alle andere sectoren ziet dat ze zich voegen naar de veranderende wereld. Door het in hoofdtsuk 2 genoemde recht van de best aangepaste zal het systeem moeten veranderen wil het op de langere termijn overleven.

Als je het zo bekijkt is ons huidige democratisch stelsel inderdaad aan vernieuwing toe. Daar zijn veel schrijvers, burgemeesters, bestuurders en zelfs sommige politici het wel over eens. Maar als referenda niet werken, wat dan wel?

Wereldwijd vinden experimenten plaats met nieuwe vormen van democratie. In navolging van America Speaks zijn initiatieven ontplooid in Australië, Ierland, Ijsland, Spanje, Griekenland en tal van andere landen. In Nederland kennen we de G1000 beweging die veel aspecten heeft van een netwerkdemocratie maar tot nu toe niet heeft weten door te dringen tot het politieke systeem.

Als je vanuit netwerk perspectief kijkt naar de democratie zijn de volgende waarden relevant:

1.      Er is sprake van betekenisvolle verbindingen tussen diegenen die de besluiten nemen en diegenen die het betreft, het liefst komen beide groepen overeen

2.      Alle betrokkenen zijn autonoom en vrij in de keuzes die ze maken

3.      Bij besluiten op basis van concrete keuzemogelijkheden hebben de betrokkenen directe invloed op het niveau van de keuze zelf en niet op brede programma’s waarin mogelijke keuzes besloten liggen.

4.      Vertegenwoordiging op basis van programma’s en partijen is daarmee uitgesloten

5.      De frequentie van het ‘meebesluiten’ wordt bepaald door de ontwikkelingen en niet door een systeem.

Als je deze principes letterlijk volgt zou je als burger bijna dagelijks keuzes moeten maken over besluiten die van invloed zijn op jouw leefwereld. Hoewel technisch mogelijk lijkt het praktisch gezien nog een stap te ver. Met een combinatie van de G1000 methodiek, blockchaintechnologie en burgerbegroting kun je wel een heel eind komen.

De methodiek van een G1000 is gericht op het betekenis geven aan verbindingen door het  zoeken naar common ground tussen de deelnemers. Een G1000 is een bijeenkomst van honderden deelnemers die gezamenlijk de agenda samenstellen waarover zij in dezelfde bijeenkomst besluiten willen nemen. Uitgangspunt is daarbij het voeren van een dialoog waarin naar elkaar wordt geluisterd en deelnemers het niet met elkaar eens hoeven te zijn. Door het delen van dromen en het ‘niet met elkaar eens te hoeven zijn’ elimineren de deelnemers gaande het proces van een G1000 hun verschil van mening en werken zij toe naar wat ze gezamenlijk belangrijk vinden. Zij ontdekken hun common ground. Het middel daartoe is dialoog. Mede op basis van een presentatie van Peer Smets van de Vrije Universiteit en het boek “The Magic of Dialogue” van  Daniel Yankelovich zijn hier de verschillen tussen dialoog en debat op een rij gezet:

Dialoog

Debat

Nadruk op   verbinding

Nadruk op   verschil

Deel je idee

Verdedig je   argument

Luisteren om common ground te   ontdekken

Luisteren om zwakke punten in het betoog van de ander te ontdekken

Ga uit van de eigen ervaring

Redeneer vanuit het eigen belang

Gedeeld   eigenaarschap

Winst of   verlies

Gebaseerd op warden

Gebaseerd op   belangen

Gericht op leren van elkaar

Gericht op het versterken van de eigen positie

  

Dialoog past veel beter bij een netwerkstructuur vanwege het belang van de verbinding. In de politieke arena is het debat de belangrijkste vorm van communicatie omdat je uitgaat van de verschillen en deze naar de kiezer wil verduidelijken.

In het middag programma van een G1000 maken de deelnemers in groepen van 8 voorstellen rond de, in de ochtend bepaalde, thema’s. Die voorstellen worden vervolgens in stemming gebracht en de deelnemers wordt gevraagd om aan vervolgbijeenkomsten deel te nemen aan werkgroepen die de voorstellen verder uitwerken en gaan realiseren.  De G1000 kent een aantal principes die vanuit de netwerkdemocratie interessant zijn.

Zo is het de bedoeling dat het ‘hele systeem’ in de zaal zit. Niet alleen de burger, maar ook overheid, politiek en bedrijven. Het hele netwerk is vertegenwoordigd. Daarnaast moet iedereen gelijke kans hebben tot deelname. Er worden geen vertegenwoordigers gekozen maar selectie vindt plaats op basis van loting. Iedere gelote deelnemer kan zelf bepalen of hij deelneemt. Dit onderstreept de, voor netwerken zo belangrijke, autonomie. Het proces is gebaseerd op dialoog en niet op debat. Dialoog in samenhang met het samen ontwikkelen en stemmen over voorstellen versterkt verbinding in plaats van het benadrukken van tegenstellingen. De procedures van de G1000 zijn transparant en er wordt alles aan gedaan om de omgeving zo veilig mogelijk te maken voor de deelnemers.  Vooraf kunnen potentiële deelnemers vragen stellen en worden zij van informatie voorzien. Tijdens de dag wordt steeds de volgende stap uitgelegd en kunnen zij zelf besluiten te blijven of te gaan.

Een G1000 voldoet daarmee aan de principes van de netwerkdemocratie. Het enige probleem is dat je niet voor elk besluit een G1000 kunt organiseren. De kosten bedragen tussen de 50.000 en 100.000 euro. Een fractie van de kosten van een referendum maar toch nog een hoop geld. Voor dit probleem zou de blockchain democratie een oplossing kunnen bieden. Via blockchain technologie is het mogelijk om iedere burger zijn eigen data te laten beheren en de toegang daartoe voor anderen zelf te bepalen. De data staan niet op door bedrijven of overheden beheerde servers maar in een ‘distributed ledger’. Een database die wereldwijd op talloze computers bewaard wordt in de vorm van ‘blocks’. Ieder block bevat een hoeveelheid data die alleen toegankelijk is via een code in het volgende block. De informatie is zodanig versleuteld dat alleen de eigenaar ervan toegang heeft tot de gegevens. Blockchain heeft het, voor netwerken noodzakelijke, vertrouwen als het ware ingebouwd in het systeem. Dit maakt digitaal stemmen via de smartphone mogelijk en betrouwbaar. Zo kun je voorstellen die in de gemeenteraad aan de orde komen voor advies aan de burger voorleggen die direct zijn stem kan uitbrengen. Je kunt ook de voorstellen uit een G1000 aan een bredere groep voorleggen en het is natuurlijk mogelijk om burgers direct over onderwerpen te laten besluiten. Er wordt over de hele wereld fors geëxperimenteerd met blockchain toepassingen, met name in de financiële wereld. Estland is een voorbeeld waar blockchain al een grote rol speelt in de relatie tussen burgers, bedrijven en overheid. Het nadeel van Blockchain toepassingen is dat deelnemers niet met elkaar in gesprek gaan over de te nemen besluiten. Een combinatie met G1000 achtige bijeenkomsten ligt daarom voor de hand. Een derde ontwikkeling die zou kunnen bijdragen aan de netwerk democratie is het uit Brazilië overgewaaide budgetmonitoring. Burgers bekijken samen met ambtenaren het budget van een gemeente en berekenen bijvoorbeeld hoeveel geld er aan hun buurt besteed wordt en hoeveel de buurt aan inkomsten voor de gemeenschap oplevert. Zij bekijken ook waar het geld aan besteed wordt en of dat inderdaad ten goede komt aan de zaken die zij belangrijk vinden. Door mee te praten over die bestedingen en alternatieven aan te dragen kunnen burgers daar invloed op uitoefenen.

G1000, blockchain en budgetmonitoring zijn drie voorbeelden van innovaties die het democratisch systeem kunnen helpen vernieuwen met respect voor de autonomie van de deelnemers en de betekenis van de verbindingen daartussen. Daarbij creëren zij meer verbindingen, zeggenschap en een vergrote verantwoordelijkheid voor de burger. Mogelijk is dat ook een remedie tegen de simplisten die oplossingen voorspiegelen die niet bestaan en die velen van ons weten te verleiden toch op ze te stemmen.

De grote vraag bij alle drie de oplossingen is: “In hoeverre wil de burger betrokken worden bij besluitvorming?”.  De burger wordt als kritische factor nog wel eens vergeten door de critici van het huidige systeem. Onze samenleving is gericht op het maximaliseren van gemak en comfort. We laten ons ontzorgen, ook als het om de democratie gaat. Je delegeert bij het stemmen eigenlijk je bevoegdheden en laat het aan bestuurders en politici over om lastige knopen door te hakken. Dat betekent veel minder kopzorgen dan wanneer je je over elk besluit een mening moet vormen en stemmen. Het levert bovendien extra keuzestress op. Bij een G1000 komt hooguit 6% van de gelote genodigden opdagen. Budget monitoring vraagt zeer gemotiveerde burgers die bereid zijn in een aantal bijeenkomsten de gemeentebegroting door te pluizen. Verantwoordelijkheid vraagt met andere woorden tijd, energie en denkkracht en het is maar de vraag in hoeverre burgers bereid zijn die te leveren. En dan nog zal het moeilijk zijn om netwerken die zich grotendeels van het maatschappelijke leven hebben losgemaakt te betrekken bij de besluitvorming. Dat lukt tot nu toe alleen bij zeer brandende kwesties waar de burger direct door getroffen wordt.  

  

 4 mei 2017

Macron voorbeeld opkomst netwerkdemocratie

De presidentskandidaat Macron heeft geen partij, maar wordt gesteund door een beweging: "En Marche!". Bernie Sanders was een outsider in de democratische partij die de gedoodverfde presidentskandidaat Hilary Clinton kon bedreigen. Onafhankelijke kandidaten maken grote kans op succes als ze een strategie volgen die bij de netwerksamenleving past. Een samenleving waarin je je mogelijkheden kunt overstijgen door 'de beweging' voor je campagne te laten voeren. En het kan snel! Macron begon pas april 2016.

Het Amerikaanse bureau NetChange heeft o.a. de campagne van Bernie Sanders onderzocht. Sanders wist met relatief weinig middelen en vooral kleine donaties een beweging op gang te brengen die de gevestigde belangen bij de democratische partij bijna wist te verslaan. Zijn directed network campagne heeft veel kenmerken gemeen met de beweging van Macron.

Het begint met een boodschap die appelleert aan een breed levend sentiment. De kreet 'En Marche!' betekent letterlijk 'bewegend'. Het is een optimistische boodschap die een vastgelopen samenleving weer vlot wil trekken, mensen oproept om uit hun luie stoel te komen om het radarwerk weer te laten lopen. In zijn campagnefilmpjes zie je die beweging terug in draaiende windmolens, en, op de rug gezien, mensen die aan het werk zijn en ergens naartoe lopen. Iedereen kan zijn of haar bijdrage leveren en Macron gaat dat mogelijk maken. 

Er is met andere woorden sprake van centraal strategisch leiderschap dat veel ruimte geeft aan een lokale invulling. Dat geldt voor de boodschap maar zeker ook voor de campagne. Op de website van Macron staan allerlei mogelijkheden om lokaal campagne te voeren maar ook een vakje waarin je kunt aangeven dat je je eigen actie gaat organiseren. Iedereen heeft mogelijkheden om vorm te geven aan zijn passie en initiatieven. Ben je eenmaal gegrepen door de boodschap dan is het gemakkelijk om je aan te sluiten. Belangstellenden kunnen met één klik lid worden van de beweging of geld doneren. Bijdragen kan vanaf 10 euro. Door de aansprekende boodschap, de veelheid aan mogelijkheden om zelf invulling aan je lidmaatschap te geven en het ontbreken van verplichtingen naar een partijkader zijn directed network campagnes snel, wendbaar en wordt hun kracht via netwerken versterkt. 

Je vindt alle bovenstaande ideeën terug op de website van En Marche!. En dat het werkt heb je in Nederland kunnen zien waar Groen Links de meet ups organiseerde, ook een typisch fenomeen van de netwerkdemocratie. 

Maar hoe komt het dat deze methoden werken in onze samenleving? voornaamste reden is dat we ons niet meer voor langere tijd verbinden aan een partij met een breed programma. Het niveau van betrokkenheid is niet meer de tv-zender, maar het fragment uit een programma, niet de krant maar het bericht, niet de organisatie maar de persoon, niet de partij maar het idee, niet de ideologie maar het issue. Daarnaast willen mensen niet meer overtuigd worden maar meedoen op een manier die het best bij hen past. In de basis gaat het in de netwerksamenleving om verbindingen en de betekenis die die verbindingen hebben voor de deelnemers binnen het netwerk. Die deelnemers zijn autonoom in hun keuze en de grote meerderheid is niet meer gebonden aan een ideologie of religie. Het campagneteam van Macron heeft dat begrepen en goed gebruik gemaakt van de mogelijkheden en natuurlijk ook de zwakheden van zijn belangrijkste tegenstanders want, op Le Pen na, hebben die het hem natuurlijk niet echt moeilijk gemaakt.

13 april 2017

Waar blijven de pilotprojecten 'blockchain voor duurzaamheid'?

De financiële wereld heeft zich met veel enthousiasme gestort op de ontwikkeling van de blockchain technologie. Je kunt je afvragen wat het belang is van banken om een technologie te omarmen die ze op termijn wellicht overbodig maakt. Kennelijk is de technologie zo 'disruptive' dat ze geen keus hebben. Maar blockchain is beslist niet alleen voor de bankwereld interessant. Er zijn veel meer gebieden waarin je het kan toepassen. Eigenlijk alles waarbij sprake is van transacties, overeenkomsten en het volgen van grondstoffen en goederen, kan van de blockchain gebruik maken. Daardoor biedt het kansen voor de circulaire economie.

Voor wie het principe van de blockchain niet kent, hiernaast een zeer verhelderend filmpje. Het gaat er in feite om dat beide partijen een transactie niet administreren in een eigen grootboek maar in een wereldwijd gedistribueerd grootboek, een 'distributed ledger'. Door de ingebouwde mechanismen is dit grootboek inherent betrouwbaar en worden tussenpersonen overbodig. Je kunt het ook gebruiken om de grondstoffen te volgen gedurende de hele keten, om te certificeren of te delen.

Smartgrid en blockchain

Een gebied waar wordt geëxperimenteerd met blockchain is energie. Nu leveren huishoudens die duurzame energie produceren hun teveel opgewekte energie aan het energiebedrijf dat die energie vervolgens verdeelt. Via zogenaamde smart grids, ondersteund door blockchain technologie zou je in de toekomst rechtstreeks energie aan je buren kunnen leveren die jou vervolgens kunnen betalen. De administratieve tussenkomst van een energiebedrijf wordt overbodig. Het Duitse technologiebedrijf Siemens heeft samen met een jonge New Yorkse onderneming LO3Energy een pilot opgezet in de wijk Brooklyn. Het idee is dat via een smart grid buren energie kunnen uitwisselen en dat aan elkaar kunnen betalen via smart contracts in een block chain. De transacties verlopen via de laptops van de buren en er komt geen energiebedrijf meer aan te pas. Eén van de voordelen van blockchain is dat er minitransacties kunnen plaatsvinden die bij tussenpersonen, vanwege de hoge transactiekosten, niet mogelijk zijn. Zo kan ook een klein beetje energiegebruik automatisch worden afgerekend.

De mogelijkheid van minitransacties maakt ook het opladen van elektrische auto's, bijvoorbeeld wachtend voor een stoplicht, mogelijk. Het draadloze oplaadstation bevindt zich onder het wegdek en kan met de auto communiceren. Ze komen een prijs overeen in een fractie van een seconde en je auto wordt opgeladen terwijl je voor het rode licht wacht. Dit is een voorbeeld van de combinatie van intelligente apparaten, block chain en smart contracts. In het bijgevoegde filmpje vertelt de Duitse startup Blockcharge hoe zij het opladen van elektrische vervoersmiddelen met behulp van blockchain administreren. 

Voedsel

We vinden het steeds belangrijker om te weten waar ons voedsel vandaan komt. Supermarktketen Walmart in de VS werkt aan een pilot om de hele keten van Chinese varkens tot de karbonade in de winkel te volgen met behulp van blockchain. De organisatie Provenance heeft voor de Britse keten Co-op met behulp van blockchain een volgsysteem ontwikkeld voor producten. Consumenten kunnen via hun mobiele telefoon de hele keten terug volgen tot aan de producent. Deze pilots kunnen van grote waarde zijn voor de toekomst van certificering en transparantie van de keten. Je weet dan dat een biologisch product ook echt biologisch is omdat je alle stappen kunt volgen die het product heeft doorlopen en er zeker van bent dat hetzelfde product niet twee keer in de verkoop is gedaan of verwisseld is met een andere partij. Dat laatste is in de blockchain namelijk niet mogelijk. Een transactie kan maar éénmaal plaatsvinden.

Afval

Marloes Pomp en Koen Hartog zijn een aantal pilots begonnen binnen de Nederlandse overheid. Eén daarvan wordt uitgevoerd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De inspectie administreert veel zaken met betrekking tot afvaltransporten op dit moment nog op papier. De geavanceerde technologie van de blockchain lijkt een oplossing te kunnen bieden voor al dit papierwerk. Via blockchain kunnen afvalstromen niet alleen beter geadministreerd maar ook beter gevolgd worden. Dat kan wellicht tot een beter beheer leiden van die stromen en illegale praktijken beter aanpakken.

Grondstoffen

Het Duitse bedrijf GFT, ontwikkelt blockchain technologie voor grondstoffen. Via de blockchain kunnen zelfs kleine hoeveelheden grondstoffen van de winning tot in het afvalstadium worden gevolgd. Illegale handel en fraude kan daarmee worden bemoeilijkt en consumenten kunnen nagaan waar bijvoorbeeld hun koffieboon, vis of pakje boter vandaan komt. Dat maakt het aan de kaak stellen en ingrijpen in niet duurzame ketens mogelijk een stuk gemakkelijker.

Natuurbescherming

Ik heb nog weinig kunnen vinden over het inzetten van de blockchain voor natuurbescherming. Je zou kunnen denken aan het in kaart brengen van natuurgebieden, volgen van bedreigde diersoorten of het bijhouden van de biodiversiteit. Kortom genoeg mogelijkheden die het vragen om onderzocht te worden.

Het is hoog tijd voor een Nederlandse initiatiefgroep die de mogelijkheden van de blockchain voor duurzaamheid actief gaat onderzoeken en pilot projecten start om de mogelijkheden in de praktijk te toetsen.

Links


4 april 2017

Netwerkbenadering voor aangrijpende en urgente zaak maakt campagnes succesvol

In een onderzoek naar recente campagnes in de Verenigde Staten concluderen Jason Mogus en Tom Liacas van NetChange Consulting dat campagnes die een ‘distributed approach’ combineren met een sterke organisatie in de netwerksamenleving succesvol zijn. Zij benoemen vier principes van ‘directed network campaigning’, of, in goed Nederlands, een gestuurde netwerkbenadering.

  1. Sta open voor de macht van lokale groepen en initiatieven
  2. Zorg voor netwerk hubs die de beweging verbinden
  3. Benoem een zowel aangrijpende als urgente zaak, (‘a compelling cause’)
  4. Acteer met focus en discipline

De macht van lokale groepen

Een handboek dat lokale vertegenwoordigers van je campagne tot uitvoerders benoemt is niet meer voldoende. Iemand die lokaal door de boodschap geïnspireerd is wil graag op zijn of haar eigen manier de boodschap verder brengen. Je kunt als organisatie middelen aandragen maar inspireer en laat je medestanders op hun eigen manier binnen hun eigen netwerken campagne voeren. Maak in plaats van een handboek een doe-het-zelf toolkit waar gebruikers naar believen uit kunnen putten om hun eigen campagne samen te stellen. Laat je als organisatie daarbij inspireren door wat er lokaal gebeurt. Toon belangstelling en verbindt groepen met elkaar zodat ze ervaringen en kennis kunnen delen.

Netwerk hubs

Mensen verbinden zich aan een ‘compelling cause’ en veel minder aan een organisatie of partij. Wil je verandering bewerkstelligen dan heb je coalities nodig op alle denkbare niveaus en verbindingen met alle denkbare netwerken. Die partijen vormen hubs in de netwerken die de vervulling van de zaak waar je voor staat dichterbij brengen. Mogus en Liacas geven aan dat de #hashtag belangrijker is dan de Brand. Daarmee bedoelen ze dat je veel meer bereikt met het verspreiden van een inspirerend doel dan met het branden van je organisatie. De organisatie moet zich vooral richten op “samenkomen, verbinden en bedienen”, in plaats van bedenken, uitzenden en controleren.

Daarbij is samenwerking met groepen die een totaal ander werkveld, strategie en zelfs tegengestelde belangen hebben niet verboden. Als je elkaar op dat ene punt goed kunt aanvullen kunnen volledig nieuwe netwerken bediend en actief worden.

Een aangrijpende, urgente zaak

Door je zaak goed in beeld te brengen kun je mensen in beweging krijgen. Daarbij zijn (persoonlijke) verhalen belangrijk. Die verhalen gaan over: “persoonlijke primaire zorgen die worden gedeeld met het publiek, verteld op een simpele en geloofwaardige manier, een pad naar succes en een rol voor de deelnemer”.


Voor de verspreiding van je boodschap is een multimediastrategie onontbeerlijk. Iedere groep heeft tegenwoordig zijn eigen medium en waart rond in zijn eigen netwerkluchtbel. Het is een boel werk om zoveel mogelijk sociale media, tv, radio, kranten, webforums, bijeenkomsten, billboards en nog zoveel andere mogelijkheden te benutten maar het is duidelijk dat je er alleen met twitter niet meer komt.

Focus en discipline

Hoewel we in een vluchtige wereld leven blijft campagne voeren een kwestie van lange adem. Door vooral je netwerken het werk te laten doen en ze niet voortdurend lastig te vallen met informatie en verzoeken kun je je als organisatie blijven focussen op de zaak en, heel belangrijk, verstandig omgaan met je beschikbare middelen. Dit is het bekende ‘loslaten’, ga niet mobiliseren maar organiseren. Zorg dat je het eigenaarschap en de verantwoordelijkheden voor de campagne verdeelt binnen je netwerken. Laat de boodschap het werk doen. Ook hier geldt: “Wees wendbaar, test vaak en misluk in een vroeg stadium.” Door prototypes en ideeën die je samen met je netwerken hebt ontwikkeld snel los te laten zie je of ze werken of niet. Gaat het mis dan is de schade beperkt en kun je je verhaal en strategie aanpassen.

Wie het overigens uiterst leesbare rapport wil lezen kan op onderstaande afbeelding klikken:


        






9 Maart 2017

Op weg naar de blockchain democratie

De huidige netwerksamenleving is gebaseerd op netwerken die worden beheerd door centrale servers van internationale mega-ondernemingen als Facebook en Google. Maar ook banken, overheden, ziekenhuizen, bedrijven en instellingen verzamelen gegevens over ons die ze op een centrale server bewaren. Informatie hoopt zich in die servers op en wordt veelal door de beheerders ervan gebruikt en verkocht. Eigenlijk is hier nog sprake van een oud model, centralistisch beheer, van een nieuw fenomeen, iedere aardbewoner kan boodschappen verzenden naar iedere andere aardbewoner. Van netwerken met centrale sturing ontwikkelen we ons steeds meer naar decentrale netwerken. De blockchain ondersteunt die ontwikkeling en kon wel eens dé ontdekking zijn die onze systemen van macht, vertrouwen, organisatie, democratie en recht een totaal andere structuur geeft. De bedenker(s) van de blockchain, de mysterieuze Satoshi Nakamoto, waarvan niemand weet of het een man, een vrouw of een groep is, heeft met de ontwikkeling ervan een eerste stap gezet die de noodzaak van centrale regie overbodig maakt.

Op internet kun je honderden filmpjes en beschrijvingen vinden van de blockchain precies is en hoe het werkt. Een goede beschrijving staat op wat is blockchain. Voor de meer visueel ingestelden helpt dit filmpje:

In feite vervangt de blockchain het vertrouwen tussen mensen, dat de basis vormt voor een functionerend netwerk door een systeem dat dat vertrouwen niet meer nodig heeft omdat het inherent betrouwbaar is. Een briljant concept waarvan ik moet toegeven dat ik het zelf ook nog niet helemaal doorgrond. Maar je hoeft ook een auto niet helemaal te begrijpen om erin te kunnen rijden.

Bekendste voorbeeld van een benutting van de blockchain is de bitcoin. Een internationale munt eenheid waarbij geen bank meer aan te pas komt.  Maar er doemen steeds meer gebruiksmogelijkheden op. De Nederlandse organisatie Publicism onderzoekt hoe je blockchain kan inzetten om de vrije pers te bevorderen. De spaanse organisatie participalab onderzoekt in het project Democracy Earth  hoe je de blockchain kunt inzetten voor democratie en recht. Een ander nederlands bedrijf GUTS gebruikt de blockchain om fraude met concertkaartjes te voorkomen.

Als de dromen van de blockchain pioniers uitkomen zal de wereld er echt anders uit gaan zien. Banken, notarissen, delen van de overheid, centrale databases, het wordt allemaal overbodig want het netwerk regelt het zelf. 

In deze exponentiële wereld is de afgelopen jaren een hausse aan blockchain startups ontstaan en investeerden banken en investeringsfondsen inmiddels miljarden in de technologie. Hoe groot het is kun je zien in dit filmpje:

Of de dromen allemaal uitkomen en hoe lang dat nog duurt is natuurlijk de vraag want de weerstanden van deze 'disruptive technology' zullen ongekend zijn als de implicaties eenmaal duidelijk worden. Ik ga in elk geval een beetje bitcoin, een hele bitcoin kost op dit moment 1111,69 Euroaanschaffen en deze ontwikkelingen nauwgezet volgen, evenals de bijdrage die blockchain kan leveren aan democratie, recht en al die andere mogelijkheden waarvan we het bestaan nog niet vermoeden.






19 februari 2017

Is volgende stap in Teal de organisatie zonder CEO?

Zo'n twintig jaar geleden werkte ik bij een organisatie waar de directeur voor langere tijd uitviel. Er werd geen interim benoemd en als medewerkers hebben we de organisatie gezamenlijk draaiende gehouden. Ik heb erg mooie herinneringen over gehouden aan die periode. We losten alles samen op en gingen voor de organisatie door het vuur. Er was geen leiding en eerlijk gezegd werd die ook niet gemist. Daar moest ik aan denken toen ik de reportage zag op de BBC world over het Zweedse softwarebedrijf Crisp.

 Een organisatie met jonge consultants die vooral agility, wendbaarheid, promoten. In het filmpje vertellen de medewerkers met een zekere passie over het besluit om de functie van CEO te schrappen. Dat gaat een stap verder dan de Teal organisatie zoals beschreven in reinventing organizations van Frederic Laloux.Sprekend is de reactie van Meg Whitman, CEO van Hewlett Packard die zich haar eigen organisatie zonder CEO niet kan voorstellen. Ook Drew Houston, CEO van Dropbox kan zich er niets bij voorstellen. Hun belangrijkste argument is dat er altijd iemand moet zijn die de knoop door hakt. Laloux zou zeggen, ga terug naar je waarden en het antwoord zal voor iedereen duidelijk zijn. De reportage geeft een mooi beeld van twee paradigma's, sturing op basis van positie en hiërarchie of op basis van waarden en samenwerking. Benieuwd wie het het langs vol zal houden...Klik op de foto voor een link naar de reportage.

De aandelen Richemont schoten omhoog...

Zoekend naar andere voorbeelden bleek op 4 november 2016 het Zwitserse bedrijf in luxe artikelen Richemont het besluit te hebben genomen om op 31 maart afscheid te nemen van hun CEO, Richard Lepeu. Maar niet alleen Lepeu, die met pensioen gaat, vertrekt, ook de functie wordt opgeheven. De reden is dat Richemont "... de noodzaak erkent om in staat te zijn snel op zakelijke uitdagingen te kunnen reageren, speciaal in de markt van luxe goederen." Zij hebben wel de CEO's van de deelbedrijven behouden, maar die rapporteren nu direct aan de raad van commissarissen. Op de dag dat dit bekend werd schoten de aandelen omhoog. (zie grafiek, om 8am) Richemont lijkt verder een vrij traditionele, hiërarchische organisatie met 18 heren en 1 vrouw in de board of directors. Des te opmerkelijker is deze stap om de functie van baas aller bazen niet meer te vervullen.

Het Amerikaanse bouwbedrijf DPR werkt sinds de oprichting in 1990 met gedeeld leiderschap. In deze organisatie bestaan geen 'job titels' en is geen CEO. En dat gaat al 27 jaar goed, met een omzet van 2,5 miljard dollar en een plek in de Forbe's top 10 van bedrijven waar je wil werken. Zij komen veel dichter bij Laloux's teal organization dan Richemont. 

En tot slot is er natuurlijk Buurtzorg dat in reinventing organizations en eigen publicaties uitvoerig wordt beschreven. 

Kortom er zijn meer succesvolle organisaties die zonder CEO functioneren. Maar het gekste wat ik tegen kwam was wel het investeringsfonds DAO. Dat heeft geen CEO, maar verder werken er ook geen mensen. De organisatie, met in de eerste drie weken van haar bestaan een omzet van 130 miljoen dollar, opgebracht door tienduizenden investeerders, heeft helemaal geen personeel, alleen maar een softwareprogramma. Op de site Quartz leggen Don en Alex Tapscott, schrijvers van Blockchain Revolution uit hoe dit investeringsfonds een voorbeeld is van een bedrijf dat is ontstaan als gevolg van de block chain revolutie. Voorwaar een verwarrende ontwikkeling waarvan we het laatste nog niet gehoord hebben.....


15 februari 2017

6 bezwaren tegen Laloux ( en waarom ze niet kloppen…)

Op de cover van het boek Reinventing Organizations van Frederic Laloux uit 2014 staat: “…This book is a world changer”. Als je zulke pretenties verkoopt kun je eigenlijk alleen maar teleurstellen. Laloux biedt de lezer inspiratie op basis van een nieuw paradigma van het organiseren. De door hem gebruikte begrippen als holocracy, wholeness, meditation en silence doen wellicht wat sektarisch aan en wekken bij sommigen weerstand op. De cyane organisatie die Laloux op basis van een groot aantal case studies beschrijft vraagt om een kritische benadering en onderzoek. In kritische beschouwingen over het boek kom je echter nog veel argumenten tegen die het concept van de Cyane organisatie geen recht doen. Hieronder een aantal bezwaren die ik tegenkwam en waarom ze volgens mij niet kloppen.

1.      Laloux is een hype

Het vreemdste verwijt dat je iemand kan maken is dat hij een succes is. Toen Laloux het boek schreef zal hij niet gedacht hebben: “Nu ga ik eens een hype creëren". Reinventing organizations slaat om begrijpelijke redenen bij veel mensen aan. Kennelijk sluit het boek aan bij de tijdgeest en bevestigt het ideeën die leven bij een grote groep denkers over organisatie-ontwikkeling. Mogelijk wordt hier en daar met het boek gedweept, maar dat kun je de schrijver niet kwalijk nemen, hooguit de dwepers. Dat iets een hype is kun je constateren, maar niemand verwijten.

2.      Zelfsturing werkt niet

Zelfsturing is bij menigeen in een negatief daglicht komen te staan. Het werkt niet. Laloux is de eerste die dat zal erkennen. Zelfsturing mislukt als de organisatie als geheel niet verandert. Wanneer de CEO en de raad van toezicht niet geloven in een cyane organisatie werkt het niet. Een zelfsturend team in een hiërarchische structuur is als dat grapje over de Belgen die links gaan rijden en beginnen met de vrachtwagens. Daar komen ongelukken van. Je kunt weliswaar evolueren naar Cyaan maar ‘een beetje zelfsturing’ kan niet. Het principe van Cyaan is dat mensen zelfverantwoordelijke, zelfbepalende wezens zijn die als ze samenwerken in de juiste context niet hoeven worden aangestuurd en geen empowerment nodig hebben. Of andersom gesteld: als je mensen als kleuters behandelt gedragen ze zich ook als kleuters. Het idee dat je mensen kunt motiveren of nog erger ‘in hun kracht zetten’ gaat uit van een misplaatst gevoel van superioriteit van de leidinggevende, trainer of coach. In cyane organisaties is zelfsturing helemaal geen issue omdat het vanzelfsprekend is.

3.      Door Laloux wordt het middenkader wegbezuinigd

Er zijn organisaties die Laloux, of de ‘hype’ eromheen, gebruiken als excuus om het middenkader weg te bezuinigen. Dure managers worden overbodig als teams zichzelf gaan aansturen. Het eerste misverstand is dat met het middenkader ook de mensen die die laag bevolken verdwijnen uit de organisatie. Dat hoeft helemaal niet, zij kunnen vaak heel goed nieuwe rollen aannemen en projecten oppakken. Hun positie in de hiërarchie verdwijnt maar dat betekent niet dat er geen werk meer is. Soms kiezen leidinggevenden er zelf voor om te vertrekken. Omdat ze, zoals het boek citeert’…niet meer voor God kunnen spelen..’. Daarbij is het een vreemd idee om het middenkader en de hiërarchische structuur in stand te houden omdat het zielig is voor de mensen die daar werken als hun functie verdwijnt. Overigens wekt menig organisatie wel de indruk dat zulks het geval is…

4.      Laloux komt alleen met positieve voorbeelden

In Reinventing Organizations onderbouwt Laloux zijn concept van de cyane organisatie alleen maar met positieve voorbeelden. Dit klopt tot op zekere hoogte. In veel citaten worden ook de twijfels en moeilijkheden waar de organisaties mee te kampen hebben beschreven. Toch lijkt het soms alsof cyaan het einde van de geschiedenis van het organiseren beschrijft. Niets is minder waar. Ook cyane organisaties zullen failliet gaan, hebben te maken met fraude en terugval in beproefde hiërarchische procedures. Daarin verschillen ze niet van andere organisatievormen. Wat je vaak ziet is dat het paradigma wordt beoordeeld naar de morele waarden waarop het gebaseerd is. We kijken ernaar volgens het EKIN principe: Er Klopt Iets Niet. Een eerlijke manier is om cyane organisaties volgens dezelfde criteria te beoordelen als meer traditionele, rode, oranje of groene organisaties. Pas dan ontstaat een helder beeld. Daarbij is het nog maar de vraag of er sprake is van een ‘one size fits all’ situatie. Zelf vind ik het nog steeds moeilijk om me voor te stellen hoe een kapitein op een schip of een chirurg in de operatiekamer kunnen werken volgens de principes van cyaan.   

5.      Laloux is sectarisch

Als je allergisch bent voor new age speak als ‘heelheid’, ‘cultuur van dankbaarheid’ en het ‘belang van stilte’, moet je bij het lezen van Reinventing Organizations soms wel een beetje slikken. De organisaties lijken soms nog softer dan een sociale academie in de jaren zeventig. Anderzijds is het dapper van Laloux dat hij dergelijke zachte waarden niet schuwt in de harde organisatiekunde. Luisteren, aandacht, dankbaarheid en begrip voor elkaar zijn verbindende waarden die veel mensen missen in hun (werk)omgeving. Terwijl ze ontzettend belangrijk zijn als het gaat om ons gevoel van welbevinden. In die zin is het juist wel mooi dat Laloux die waarden laat zien als mede bepalend voor het succes van cyane organisaties. Dat dat sektarisch overkomt komt doordat sektes in die menselijke behoefte voorzien en daarbij hun eigen jargon hanteren. Het is de kunst om jezelf die waarden eigen te maken zonder een nieuw keurslijf te creëren met ongemakkelijke wetten en regels.

6.      Laloux is niet wetenschappelijk       

Je kunt de cyane organisatie beschouwen als een hypothese gebaseerd op een groot aantal casebeschrijvingen. Die cases maken het meer dan een theoretisch concept. En hoewel het boek op de achterflap wordt aangeprezen als een handboek is het dat niet. Het geeft richting, voorbeelden en ideeën maar is geen stappenplan. Het lijkt me aan de wetenschap om de hypothese met goed gefundeerd onderzoek te weerleggen. Zo ligt daar de vraag wanneer cyaan wel en wanneer het niet werkt. Het is maar net hoe je dergelijke boeken leest. Als wetenschappelijke publicatie, handleiding of inspiratiebron. Voor mij is Reinventing Organizations het laatste en roept het boek minstens zoveel vragen op als antwoorden die het geeft. 


9 februari 2017

Hoe SCRUM je een jaarverslag

Het jaarverslag is een jaarlijks terugkerende klus die de communicatie afdeling de nodige hoofdbrekens bezorgt. Medewerkers moeten hun stukjes aanleveren, leuke foto's uitgezocht en een thema bedacht. De afronding blijft nog wel eens hangen op de laatste bijdrage die maar niet wil komen omdat de collega geen tijd heeft, ziek is of gewoon moeite heeft met iets op papier te zetten. Overweeg eens om het jaarverslag in een SCRUM sprint van een week klaar te hebben. Je werkt met een aantal collega's een week lang full time aan het document en zorgt ervoor dat het aan het eind van de week online kan, of naar de drukker. Zeven stappen zijn daarbij belangrijk.

1. Definieer een gebruikersverhaal voor het jaarverslag

Het gebruikersverhaal vertelt je wat de (potentiële) klant verwacht van het product en waarvoor hij het wil gebruiken. Je kunt daarbij uitgaan van verschillende persona met verschillende behoeften. Uitgaande van die behoeften kun je de keuze maken voor een 'one size fits all' of diversifiëren in verschillende versies.

Voorbeeld: Als product eigenaar bedenk je verschillende persona's en wat zij met het jaarverslag zouden willen: Een financier wil een beknopt jaarverslag om te weten wat we hebben bereikt, om hem te helpen bij zijn beslissing
 voor de voortzetting van zijn steun. Maar het kan ook een donateur zijn die in een on line infographic wil zien hoe haar donatie wordt besteed, om haar besluit over een volgende donatie te ondersteunen.

2. Stel een team samen
Is het gebruikersverhaal helder en het gewenste eindproduct gedefinieerd, ga dan op zoek gaan naar de medewerkers die de klus kunnen klaren. De omvang van het team wordt natuurlijk bepaald door beschikbare mensen, tijd en budget. Een ideaal SCRUM team kent minimaal 5 leden, maar dat is niet altijd realistisch voor kleinere organisaties. Overigens kun je dit heel goed verkopen als team building sessie, en zo wat extra uren aan de beschikbare tijd toevoegen.

Voorbeeld: De klant vraagt ​​om een ​​on-line glossy met mooie foto's en korte statements die verwijzen naar meer achtergrondverhalen. De statements zijn afkomstig van beneficianten van je programma. De achtergrondverhalen zijn divers, een interview, een reportage, een statistisch overzicht van de resultaten. Wat je nodig hebt voor het team zijn twee mensen met een uitstekende schriftelijke vaardigheden, 
een ontwerper met IT-vaardigheden, iemand die eerste klas foto's kan regelen en één fixer die kan bellen, e-mails te verzenden en pizza's regelen. Het team wordt begeleidt door de scrum master.

3. Schat met het team de tijd in die nodig is om het product af te ronden
In een scrum planning bijeenkomst kijk je met het team naar het gewenste eindproduct. Dit is alleen klaar als het naar de klant kan worden gestuurd. Je hebt de taken die nodig zijn gedefinieerd. Onder begeleiding van de SCRUM master bespreekt het team de lijst van taken en controleert (1), of dit inderdaad is wat er gedaan moet worden om het product af te ronden (2) welke prioriteit aan de taken moet worden gegeven en (3) en maakt een inschatting of de taken klein, medium, large of extra large zijn. M, L of XL taken kunnen niet in 1 week worden gerealiseerd, zodat je ze ofwel moet knippen in subtaken of barrières weg moet nemen waardoor de taken Small worden. De teamleden beslissen zelf over de omvang die aan de taken wordt toegekend.

Voorbeeld: Eén van de teamleden suggereert een extra taak: het maken van info-graphics voor het statistisch overzicht. Iedereen is het erover eens dat de taak wordt toegevoegd aan de lijst. Een ander lid stelt voor om prioriteit te geven aan de inhoudsopgave, dit is logisch en iedereen gaat akkoord. Eén lid geeft de info-graphics een XL schatting. Dit wordt behandeld en opgelost door het feit dat eerder in het jaar een reeks info-graphics gemaakt is die met enige aanpassing kan worden gebruikt.

4. Het team wordt een week vrij gemaakt van alle andere taken
Eén van de SCRUM adagia is: multitasking is tijd verspillen. Hoe meer taken je tegelijkertijd probeert te doen, hoe meer 'switch' kosten je hebt. Dus probeer in de week alleen aan deze taak te werken. Lukt dit echt niet dan kun je dagen van 9.00 uur tot 14.00 uur plannen zodat mensen 's middags de tijd hebben om aan andere taken te besteden. het is dan natuurlijk wel de vraag of je het in één week redt. Is het team het eens dat ze de opdracht in een week kunnen doen en de week is gepland, dan kun je aan de slag.

5. Alle taken worden op de SCRUM planbord gezet
Het SCRUM planbord heeft minimaal 5 kolommen. Kolom 1 bevat het gebruikers verhaal, kolom 2 de taken, kolom 3 de volgende taak in de lijn, kolom 4 work in progress en kolom 5, verrichte werkzaamheden. Elke ochtend staat het team voor het SCRUM bord om de voortgang te bespreken.

6. Stand up meetings
Elke dag begint het team met een staande vergadering van 20 minuten. Taken worden verplaatst van de ene kolom naar de andere. Een taak wordt alleen verplaatst naar 'done' als hij voldoet aan de 'definition of done'. Is een taak nog niet afgerond, terwijl dat wel het geval zou moeten zijn vragen teamleden wat er kan worden gedaan om deze taak af te krijgen. Tijdens de stand-up zijn drie vragen van belang:
• Wat heb ik gedaan sinds de laatste bijeenkomst?
• Wat zal ik doen tot de volgende vergadering?
• Welke barrières zal ik tegenkomen in het doen van deze taak en wie kan mij helpen om ze te slechten?

Voorbeeld: woensdagochtend, de derde dag van de SCRUM sprint, het hele team staat voor het scrum board. Het interview is nog niet klaar, terwijl het klaar zou zijn op dinsdag. Het verantwoordelijke teamlid nam het interview af, maakte er een artikel van en stuurde het voor correctie aan de respondent. Hij wacht op een reactie. Het team besluit het interview op de WIP-kolom te laten en het teamlid zal vandaag bellen om te vragen wanneer de respondent zal reageren. Een ander lid van het team wil de taak van foto's in de kolom klaar te zetten. De scrummaster vraagt, "weet je zeker dat je alle foto's klaar voor publicatie." Dit is niet het geval is Een aantal foto's wacht nog op toestemming van de maker. De taak blijft op WIP.

7. Scrum evaluatiebijeenkomst
Alle taken zijn uitgevoerd, het jaarverslag is afgewerkt en over gedragen aan de product eigenaar. In een evaluatiebijeenkomst kijkt het team terug op wat er goed ging en waar verbeteringen kunnen worden aangebracht. Vergeet niet dat tijdens de Scrumsprint  het team bijna constant op zoek is naar verbeteringen. Tijdens de evaluatie worden de geleerde lessen herhaald en gedeeld met het team en de product owner.

Volgende week ga ik voor een buitenlandse opdrachtgever een project rapport Scrummen. De opzet voor de SCRUM heb ik opgenomen in een engelstalig fact sheet: How to scrum a public report


6 februari 2017 

Waar politiek verdeelt zoeken burgers verbinding

Wellicht zien velen met mij de komende campagneperiode met enige weerzin tegemoet. De campagnes zullen de tegenstellingen in de samenleving versterken terwijl er, als je kijkt naar de initiatieven van burgers, juist een groeiende behoefte en noodzaak is tot het leggen van verbindingen. Onze netwerksamenleving is voor veel burgers complex en onzeker. Voor velen is niet meer duidelijk welke informatie klopt en welke niet en het lijkt onmogelijk je privacy te beschermen tegen de zoekmachines en bewakingscamera’s. Informatiegaring die wordt verkocht als dienstverlening op het niveau van de klant of bescherming tegen terreur. 

Geen wonder dat veel kiezers op zoek naar simpele oplossingen hun heil zoeken bij partijen die een muur willen bouwen tegen immigranten.Er is sprake van een nieuwe verzuiling waarbij burgers zich, soms onbewust, terugtrekken in hun eigen netwerk van ‘ons soort mensen’ en hun identiteit benadrukken. Vraag maar eens aan uw vrienden hoeveel kennissen zij hebben met een andere culturele achtergrond. Het antwoord is vaak teleurstellend.  

Politieke partijen zullen de komende maanden alles op alles zetten om zich te onderscheiden en daarmee de verschillen in de samenleving uitvergroten.  Daarbij versplintert het politieke landschap in nog kleinere eenheden die nog meer verdeling propageren. Het gaat daarbij niet over wat ons echt bezig houdt maar over hoe de macht na de verkiezingen verdeeld gaat worden. Of: “heeft Rutte nou wel of niet de PVV als regeringspartner uitgesloten?” Terwijl bijna alle partijen roepen dat ze de samenleving weer willen verbinden doen ze juist het tegenovergestelde.

En de burger blijft in weemoed en verbazing achter. Initiatieven die het via een andere weg proberen worden zowel door wetenschappers als veel politici weggezet als nauwelijks bijdragend aan de democratie. Het is maar net wat je onder democratie of onder bijdragen verstaat. De dag van de dialoog, G1000 en andere op verbinding gerichte initiatieven zoeken manieren om een tegenwicht te bieden aan de door de politiek zo bevorderde verdeling. De Groningse Ellen Breugem zei in de Volkskrant: “Er zijn spinnedraadjes uit de G1000Groningen gekomen door de vele contacten die zijn gelegd”. Daarbij heeft ze geleerd hoeveel initiatieven er al in haar stad zijn. De bijeenkomsten hebben zowel effect op de deelnemers, als op de samenleving, en er zijn zelfs voorbeelden van politieke invloed. Zo hebben burgers, politici en ambtenaren van de gemeente Amersfoort mede op initiatief van de G1000 een groenvisie ontwikkeld die onlangs door de gemeenteraad is vastgesteld. Als we iets willen doen aan de opkomst van populisten, of simplisten, zullen we verbindingen moeten leggen tussen mensen, groepen, organisaties en partijen die te ver van elkaar staan. Dat lukt de huidige initiatieven nog te weinig maar ze proberen het tenminste. Het zou jammer zijn als die initiatieven door cynisme in de kiem worden gesmoord.